maandag 15 november 2010
Verdomde goedzakkerij
Thuisgekomen van een werkelijk stresserende voormiddag, krijg ik van M. te horen dat er een 'klant' voor mij is geweest en dat hij hem gezegd had dat hij na de middag moest terugkomen. Door het dolle heen zet ik mijn laptop op en doe ik stiekem een vreugdesprongetje, als de bel gaat. Vriendelijk als ik ben, laat ik de 'klant' - in skipak? - binnen en geef hem een plaatsje aan de grote tafel, waar de laptop al in volle gereedheid staat. Ik ben nog altijd enthousiast (en later zal blijken ook redelijk naïef), zelfs als ik op de te vertalen papieren 'à traduire par un traducteur agréé' zie staan, want daar heb ik namelijk geen kaas van gegeten. Sylvie is nu eenmaal geen beëdigd vertaler en mijnheer L., die overigens in Frankrijk geboren is, al 20 jaar in België woont, maar - zo blijkt ook - het Nederlands nog altijd niet al te machtig is, heeft een beëdigd vertaler nodig. Wat nu?
Aangezien mijnheer L. er redelijk zielig uit ziet en hij kennelijk overal van het kastje naar de muur wordt gestuurd, besluit ik hem te helpen. En nu gaat u achterover slaan van mijn goedheid, want dat helpen gaat - u zal zien - nogal ver. Eerst bel ik de vertaalbureau's die hij nog op zijn papiertje heeft staan, op. Zonder resultaat, want het is middagpauze natuurlijk. Een normale mens eet op dit moment. Ondertussen bied ik mijnheer L. al een koffie aan, om het wachten wat aangenamer te maken - eigenlijk twee, want de eerste was overgelopen. Met één suikerklontje en een goeie scheut melk, van de Aldi, maar melk is melk.
Omdat ik nog geen vertaalbureau kan bereiken, ga ik dan maar over tot het scannen van de officiële documenten die vertaald moeten worden, want mijnheer L. heeft geen mailadres en geen telefoonnummer. Het lijkt wel alsof hij uit één of ander Middeleeuws tijdperk recht mijn huis is ingestapt. Maar toen bestonden er nog geen skipakken zeker?
Dat scannen verloopt ook al niet vlot, want de nieuwe laptop was nog niet met de scanner verbonden geweest, dus moest ik de hulp van M. inroepen, tot groot jolijt van mijnheer L. die ook niet veel kent van technische (en minder technische) snufjes en dat dan wel grappig vindt. Dankzij M. kan ik even later weer verder en mail ik ten slotte de documenten naar de vertaalbureau's met de vraag om een offerte te maken voor een particulier die geen telefoonnummer of mailadres heeft. Om dan mijnheer L., tussen de vele onbegrijpelijke en onverstaanbare verhalen over zijn leven door, te moeten melden dat ik op dat moment niet veel anders meer voor hem kan doen.
Aangezien ik mijnheer L. liever niet elke dag aan mijn huis heb staan en ik hem kennelijk via geen andere communicatieweg kan bereiken, stel ik hem voor om zo gauw ik een offerte binnen heb, op mijn fiets te springen en hem deze te bezorgen. Terwijl hij daar knikkend mee instemt, gaat hij onverstoord verder met het beschrijven van zijn levensverhaal en sta ik kordaat op van tafel, in de hoop dat hij dit gebaar zou begrijpen en na anderhalf uur van mijn kostbare tijd ingenomen te hebben, zou beseffen dat er voor hem nu toch wel een tijd van gaan gekomen is.
En zo gezegd, zo gedaan. De offerte van een andere vertaalbureau is ondertussen door mijzelve bij mijnheer L. bezorgd en ik heb in zijn plaats de offerte via mail goedgekeurd. Het enige wat mij nog te doen staat, is mijnheer L. verwittigen (opnieuw per fiets) wanneer de vertaling klaar is, zodat hij deze kan gaan ophalen bij het vertaalbureau en met hen de betaling kan regelen.
Tot zover mijn enthousiasme en mijn zakelijk instinct - dat er dus werkelijk niet is -, want ik zelf hou aan dit hele avontuur geen rosse eurocent over. Als dat geen goede daad is, dan weet ik het niet meer.
Aan degenen die geïnteresseerd zijn in niet-beëdigde vertalingen, gelieve contact met mij op te nemen (www.mejoravertalingen.be).
Aan degenen die geïnteresseerd zijn in beëdigde vertalingen, gelieve mij aub voorlopig met rust te laten.
Ik dank u zeer.
Aangezien mijnheer L. er redelijk zielig uit ziet en hij kennelijk overal van het kastje naar de muur wordt gestuurd, besluit ik hem te helpen. En nu gaat u achterover slaan van mijn goedheid, want dat helpen gaat - u zal zien - nogal ver. Eerst bel ik de vertaalbureau's die hij nog op zijn papiertje heeft staan, op. Zonder resultaat, want het is middagpauze natuurlijk. Een normale mens eet op dit moment. Ondertussen bied ik mijnheer L. al een koffie aan, om het wachten wat aangenamer te maken - eigenlijk twee, want de eerste was overgelopen. Met één suikerklontje en een goeie scheut melk, van de Aldi, maar melk is melk.
Omdat ik nog geen vertaalbureau kan bereiken, ga ik dan maar over tot het scannen van de officiële documenten die vertaald moeten worden, want mijnheer L. heeft geen mailadres en geen telefoonnummer. Het lijkt wel alsof hij uit één of ander Middeleeuws tijdperk recht mijn huis is ingestapt. Maar toen bestonden er nog geen skipakken zeker?
Dat scannen verloopt ook al niet vlot, want de nieuwe laptop was nog niet met de scanner verbonden geweest, dus moest ik de hulp van M. inroepen, tot groot jolijt van mijnheer L. die ook niet veel kent van technische (en minder technische) snufjes en dat dan wel grappig vindt. Dankzij M. kan ik even later weer verder en mail ik ten slotte de documenten naar de vertaalbureau's met de vraag om een offerte te maken voor een particulier die geen telefoonnummer of mailadres heeft. Om dan mijnheer L., tussen de vele onbegrijpelijke en onverstaanbare verhalen over zijn leven door, te moeten melden dat ik op dat moment niet veel anders meer voor hem kan doen.
Aangezien ik mijnheer L. liever niet elke dag aan mijn huis heb staan en ik hem kennelijk via geen andere communicatieweg kan bereiken, stel ik hem voor om zo gauw ik een offerte binnen heb, op mijn fiets te springen en hem deze te bezorgen. Terwijl hij daar knikkend mee instemt, gaat hij onverstoord verder met het beschrijven van zijn levensverhaal en sta ik kordaat op van tafel, in de hoop dat hij dit gebaar zou begrijpen en na anderhalf uur van mijn kostbare tijd ingenomen te hebben, zou beseffen dat er voor hem nu toch wel een tijd van gaan gekomen is.
En zo gezegd, zo gedaan. De offerte van een andere vertaalbureau is ondertussen door mijzelve bij mijnheer L. bezorgd en ik heb in zijn plaats de offerte via mail goedgekeurd. Het enige wat mij nog te doen staat, is mijnheer L. verwittigen (opnieuw per fiets) wanneer de vertaling klaar is, zodat hij deze kan gaan ophalen bij het vertaalbureau en met hen de betaling kan regelen.
Tot zover mijn enthousiasme en mijn zakelijk instinct - dat er dus werkelijk niet is -, want ik zelf hou aan dit hele avontuur geen rosse eurocent over. Als dat geen goede daad is, dan weet ik het niet meer.
Aan degenen die geïnteresseerd zijn in niet-beëdigde vertalingen, gelieve contact met mij op te nemen (www.mejoravertalingen.be).
Aan degenen die geïnteresseerd zijn in beëdigde vertalingen, gelieve mij aub voorlopig met rust te laten.
Ik dank u zeer.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
3 opmerkingen:
hehehe... mijnheer L is grappig!
Maar 't blijft wel heel schoon van u!
Och, misschien vertelt hij aan iedereen die het wil horen hoe goed ge hem geholpen hebt en levert dat nieuwe (echte, als in: betalende :)) klanten op?
Een reactie posten