maandag 30 mei 2011

Een lentevalling

De ondergetekende dokter verklaart de genaamde (Sylvie) heden persoonlijk te hebben ondervraagd en onderzocht waarbij diens verklaringen met de werkelijkheid blijken te stroken en te hebben vastgesteld dat zij: voor 100% ongeschikt is om te werken.

Vorige week was ik ziek. Zo blijkt.
En om één of andere reden heb ik dat vetgedrukte bijzinnetje nooit eerder op een doktersbriefje zien staan. Jullie wél?
En zou de doktercomputer 'zij' automatisch aanpassen, als er een mannelijke voornaam wordt ingevuld? En wat gebeurt er als er een voornaam die zowel voor mannen als vrouwen gebruikt wordt, wordt ingevuld? Wordt dat dan 'hij/zij'?

Conclusie: ik denk te veel.

woensdag 18 mei 2011

27

En dan ben je ineens 27 jaar (jong!) en ben je nog niet daar waar je in het leven wil staan.
Om de aandacht van al dat wel en vooral wee af te leiden, is het goed dat er nog van die TV-programma's zijn waar je niet al te veel bij moet nadenken en waarbij je soms in een breuk ligt van het lachen, als je nieuwe uitdrukkingen hoort die nooit in het woordenboek zullen staan.

Want wat ging er in godsnaam om in het lijf van Regi toen hij één van de idolen in spe op een staande ovulatie trakteerde? Zijn we hier van enige lichaamsontwikkelingen niet op de hoogte? 'Waar zijn die eicellen (dan in godsnaam)?'
En ook Koen Buyse ziet liever een kandidaat met volle overtuiging de kop afbijten in plaats van de spits.

Aan de andere kant weer een geruststelling natuurlijk, want ook BV's worstelen kennelijk nog met hun plek in het leven: Regi is overduidelijk onbewust bezig met het ontdekken van zijn vrouwelijke kant, terwijl Koen Buyse kandidaten dan weer liever de kannibalistische toer ziet opgaan. Er is nog hoop, jawel!

maandag 9 mei 2011

Zoekt.

Goh, mijn blog .. Die bestaat nog, ja. Veel lezers zullen er waarschijnlijk al niet meer zijn. En ik kan het u ook niet kwalijk nemen. Moest ik na een maand niets nieuws zien verschijnen, zou hij mij ook in een vergetel hoekje van de favorieten komen te staan.
Terwijl ik vroeger niet kon wachten om mijn volgende bericht met de rest van de wereld te delen, moet ik nu diep nadenken over wat ik zwart op wit zal zetten, typ ik meestal zinloze gedachten uit om ze daarna met de backspace-toets één voor één opnieuw de kop in te drukken. En blijft er telkens weer een spierwit scherm over. Ik heb geen inspiratie en niets waardevols te delen. Ik ben niet wie ik wil zijn.
En tegelijkertijd lijkt mijn zoektocht eindeloos te duren. Wie zoekt, die vindt? Yeah right, maak het alsjeblieft een ander wijs. Ik wil creatief zijn, spelen met taal, genieten van grappige woordspelingen die zomaar in mij opkomen, mij rollen in de prachtige uitspraak van het Spaans, gesprekken voeren in het Frans: een job plezant vinden. Waar is die job? Aan de andere kant van het land. Of: Onze excuses, uw diploma is te hoog. Dat diploma, daar heb ik al spijt van gehad of tenminste van mijn lakse en luie studiekeuze. Wel ja, we zijn goed in Frans, zullen we dan maar in dat straatje verder gaan?
Helaas kom ik in dat straatje de laatste tijd te veel oog in oog te staan met kruispunten die mij in de war brengen. Kruispunten, waar ik verloren blijf stil staan en waar ik na lang aarzelen nóg de verkeerde weg insla.

En zo blijven we nog wel even ronddwalen in een doolhof van (gemiste) kansen, verwarring, onzekerheid en faalangst en word ik daar bijgevolg niet echt happy van.

vrijdag 6 mei 2011

Vogelperikelen

Voor wie het nog niet wist, ik ben een énorme poezenvriendin. Een échte kattenmadam.

Ik weet niet hoe het gekomen is. Vroeger woonden wij op een ini-mini appartement en hadden wij een kater Joren, die het kennelijk véél fijner vond om aan de stammen van bomen te krabben bij mijn grootmoeder thuis en niet meer mee naar huis wilde, toen wij van onze vakantie in Spanje terugkwamen (can you blame him?). Met pijn in het hart hebben we Joren dan zijn zin gegeven en hebben ze hem later moeten inslapen, omdat zijn longen telkens vol water liepen, het arme beest. Als kleine Sylvie vond ik dat enorm triest, ook al krabde Joren vroeger mijn benen vol, als ik naar het wc moest en hij mij zat op te wachten vanachter de kast.
Van zodra M. en ik alleen gingen wonen, heb ik hem dan ook de oren van het hoofd gezaagd omdat ik een kat moest en zou hebben. Koppig als ik ben, kreeg ik dan ook mijn zin en verwelkomden we Frigo in ons leven.

Frigo is een rasechte kater en een echte vechtersbaas, maar los daarvan komen wij goed overeen. Sinds hij een tuin (en de omgeving rondom) cadeau heeft gekregen bij de aankoop van ons huisje, is de liefde nog groter tussen ons en kruipt hij zelfs op zeldzame momenten bij mij op schoot. Ik kan daar dan zó van genieten, dat de tijd even stilstaat, dat ik die koek waar ik zin in had, wel later uit de kast ga halen en ik nog wel even 'ophoud', hoewel ik eigenlijk wel dringend naar het toilet moest. Kat is koning.

Kat is ook dankbaar. Hij spint als je hem eten geeft, als je hem over zijn bolleke aait of achter zijn oorkes, enz. Allemaal heel fijn. Ware het niet dat Frigo ook zijn dankbaarheid uit door gevleugelde cadeau's mee te brengen van zijn tochten in de verre wereld, al dan niet in levende staat. Al dan niet met of zonder bloedvergieten en meestal gegrom inclusief, als je hem zijn dankbare cadeau wil afnemen. En meestal ben ik alleen thuis, als hij zo'n toeren uithaalt. Ook heel fijn.

Later, als ik weduwe ben - als je al weduwe kan worden, als je alleen wettelijk samenwoont -, neem ik een hoopje katten in huis en dan ben ik nooit alleen.
Laten we dan alleen maar hopen dat ze niet allemaal zo'n jagersinstinct hebben als onze Frigo.