zaterdag 27 maart 2010

Klein maar dapper

Vandaag kwam ik er nog een paar tegen. Mensen die uit de lucht (sinds het programma 'Mijn Restaurant' vallen sommigen ook uit de boom) kwamen vallen, toen ze hoorden dat ik niet langer bij het bedrijf in Itegem werkte (en eerlijk gezegd heb ik daar nog geen milliseconde spijt van). En dan soms fronsende wenkbrauwen of andere tekenen van onbegrip. Als ik hun gedachten kon lezen, zouden ze zeker in de trant zijn van 'waar wil Sylvie toch naartoe?' De gezichten klaren dan meestal wel na een tijdje op, als ik hen zeg dat ik sinds een week al ergens anders werk. Werklozen worden toch altijd een beetje minachtend bekeken, alsof we allemaal profiteurs zouden zijn.
Maar goed, ik werk dus nu - zucht van verlichting - in een klein, maar veelbelovend familiebedrijf dat 10% marktaandeel in België heeft, wat stofzuigers betreft. Wist u dat er per jaar 600.000 stofzuigers verkocht worden in België? Ik wist dat dus niet, maar dankzij de trotse papa van het bedrijf heb ik dat weer bijgeleerd, alsof dat zo enorm interessant is. Wat wél interessant is, is dat ik de handleiding voor die stofzuiger mag vertalen en/of herschrijven. Wat eigenlijk wel belangrijk is, want als er belangrijke dingen ontbreken in zo'n handleiding, heeft het bedrijf misschien ooit wel eens een proces aan zijn broek, dat het kan verliezen, als mijn collega en ik iets vergeten zijn te vermelden.
Ik vind dat met taal bezig zijn wel bijzonder leuk, ja. Dat weet iedereen wel. Dus momenteel kom ik wel heel dicht in de buurt van de droomjob, al was het maar omdat ik samen op de afdeling zit met een stelletje zotte dozen, waar ik zelf wel perfect tussen pas. En dan spreek ik nog niet over de gratis frisdrank (cola, sprite, fanta, fruitsap), choco-askoeken en bastogne-speculoos (kwestie van absoluut geen reclame te maken). Allemaal à volonté!

Maar how zeg, daar kunnen de grote bedrijven toch wel van leren, of niet soms?

dinsdag 23 maart 2010

SOS Tante Kaat

Poetsen is nooit iets voor mij geweest. Er zijn in mijn ogen gewoon altijd veel belangrijkere of plezantere dingen te doen. Is er was, is er strijk - ook geen fijne werkjes, al ben ik al blij dat het in onze moderne tijden wat wassen betreft enkel bij was sorteren en machine opzetten blijft -, dan gaat dat altijd voor op poetsen. Ook al kan ik van poetsen ook wel blij worden, als het dan achteraf weer 'even' proper is, maar die momenten van poetsvreugde zijn dus vrij zeldzaam, want ik word nu eenmaal blijer van andere dingen dan Mr. Proper. Niet echt mijn type ook trouwens, die spierbundel met gouden oorring.

En mijn schoonmoeder zal het geweten hebben. Om het even beter te schetsen: schoonmoeder, net als moeder overigens, zijn poetsgek. Alletwee ontspannen ze van poetsen (!), wat ik zelf toch net een tikkeltje overdreven vind. (geef mij maar een lekker warm bad of een avondje film in plaats van met dweil en aftrekker in de weer te zijn)
Mijn poetsdisfunctie is pijnlijk aan het licht gekomen tijdens de verhuis, want in de weken van inpakken had ik nauwelijks oog voor de lavabo die vuiler en vuiler werd en de plukjes kattenhaar die weer weelderig door het appartement zweefden. Om nog maar te zwijgen van de oven en de ijskast die dringend schoongemaakt moesten worden. En laten schoonmoeder en M. in hun vrije uurtjes nu net het lege appartement gaan poetsen zijn!
Ik heb het vandaag dus mogen horen. Lichtjes subtiel is de boodschap aangebracht, maar aangekomen is ze wel. Ik heb er zelfs een licht schuldgevoel van gekregen ('want wat als ik later kinderen heb?'), ja de gevoelige snaar bespelen kunnen ze wel, want ergens diep vanbinnen wil elke vrouw toch een beetje de ideale huismoeder zijn?

Ik ben dat dus overduidelijk niet. Misschien toch maar een tante Kaat in huis nemen? Of mijn poetsmentaliteit veranderen?

dinsdag 16 maart 2010

Zwaai zwaai


Het is werken geblazen deze week. Nee, u heeft het niet verkeerd gelezen. Ik begin over (nu iets minder dan) een week op mijn nieuwe werk, maar eind deze week zouden wij verhuisd moeten zijn.

Als ik eraan denk, gaat mijn haar op mijn armen al recht omhoog staan. Niet omdat ik niet wil verhuizen, maar omdat ik het liever al achter de rug zou hebben. Een mens schrikt van de rommel die hij in een appartement (zonder zolder of kelder dan nog!) kan bijhouden en die rommel moet ofwel gesorteerd en naar containerpark doorverwezen worden ofwel ingepakt worden. En dat is me toch een werkje! Ik had het eigenlijk zelf niet verwacht: mijn ganse kleerkast in een tiental bananendozen te zien staan en dan nog maar in één twintigste (ben nooit goed in schatten geweest) te zijn van alles wat ingepakt moet worden.

En op die momenten krijg je heimwee naar goede oude Disneyfilms, zoals Merlijn de Tovenaar, die veel slimmer is en gewoon al zingend zijn magie gebruikt, terwijl hij met zijn toverstaf de koffiepotten dicteert in zijn tas te stappen. Een tas die dan nog eens onnoemelijk klein is! Zo klein dat je geen busjes en remorks en veel vriendelijke handen nodig hebt, om de rommel en andere voorwerpen naar ergens anders te verplaatsen.

Maar zoals mijn schoonzusje mij in de week nog zei: 'Dat gebeurt enkel in de films. Dit is het échte leven.' Zucht.

vrijdag 12 maart 2010

Hop

En dan heb je ineens terug werk!

Over een week start ik als vertaler/administratief bediende/medewerker artwork. Het is nog wel een eindje met de auto rijden, maar toch weer een beetje dichter bij de mogelijke droomjob - of misschien heb ik ze nu wel gevonden? De drieledige functietitel is er nu misschien een beetje over, maar heb altijd wel een job willen doen waar ik mijn talen kon gebruiken en mij creatief kon uitleven en de cursus Photoshop krijg ik er zomaar voor niks bij (een puntje dat ik van mijn eeuwige to do-lijst kan schrappen).
En het geluk kan niet op: in het midden van de nacht besliste het petekindje van M. gisteren dat het tijd was om uit de ietwat compacte buik van de moeder te komen, waardoor M. en ik een beetje vroeger dan voorzien respectievelijk nonkel en tante zijn geworden. Van eigens dat we daar wel een nachtje slaap voor wilden laten. M. speelde eventjes surrogaat-papa tot het eindelijk tot de echte papa doordrong dat het niet om een flauwe grap ging (alsof wij vrijwillig 's nachts naar de afdeling spoed zouden gaan) en die zich met haast en spoed vanuit de Ardennen naar het ziekenhuis repte, alwaar hij juist op tijd was om zijn pasgeboren dochter te bewonderen. Eind goed, al goed.



Hierboven: ons 'Fleur'. Zeg nu zelf: is het geen bloem van een kind?

zondag 7 maart 2010

...

En dan ben je ineens werkloos ...

En sta je op een dag bij de vakbond om uitleg te vragen en krijg je een blauwe stempelkaart in je handen die je eind van de maand juist ingevuld moet indienen. Delen ze je ook mee hoe je uitkering telkens minder wordt na een bepaald aantal maanden. 'Maar ik heb morgen weer een gesprek hoor', stamelde ik, zeker wetend dat het zover niet zou komen.
En ook al glimlachen ze je heel vriendelijk toe, je lijkt helemaal alleen op een verlaten kruispunt te staan. Gaan we rechtdoor? Linksaf? Of toch maar naar rechts? Of nemen we een stap terug?

Het gesprek dat ik de dag daarna had bij een directrice die nog meer in de war leek dan ikzelf, bracht ook niet al teveel verheldering. Ze wou mij niet voor de leeuwen gooien. Tout court. Maar ze ging er nog over nadenken. Want ik had wel PIT. Dat voelde ze. En laat ik nu net het boek 'Vrouw met Pit (Passie-Intuïtie-Talent)' voor de tweede keer aan het lezen zijn.
Alleen voel ik mij geen vrouw met pit. Een vrouw met pit zou weten waar ze naartoe wil, zou er alles voor over hebben om te bereiken wat ze wil. Maar ik weet het gewoon even niet meer. Ik wil werken, maar wat wil ik doen? Goed dat ik mij even op de opfrisbeurt van ons huisje kan storten, zodat ik niet al teveel hoef na te denken. Nu niet. Nog niet.

En als ik nu een nectarine met pit en al verorber? Zou de 'pit' dan terugkomen?